Home
Welkom
Wie zijn wij
Het Aanbod
Reserveren
Omgeving
Voor eigenaren
Nieuwsbrief
Contact
Links
Light Rain Deels bewolkt Few Showers
2C 11C 12C
Wo Do Vr

Financiën en Spanje

Inleiding Casas-Andaluzas over Successie- en Oudedagsplanning Spanje

Voor veel bezitters van een eigen – of vakantiewoning in Spanje is de Spaanse wetgeving een doolhof van vele regeltjes en onduidelijkheden.

Onlangs heeft het Hof van Jusitie van de EG beslist dat dubbele heffing van successierecht (nog steeds !?) is toegestaan. Voor veel eigenaren van een huis in Spanje reden om hier zeer kritisch naar te kijken.Wist u overigens dat bij een overlijden, alles wat zich in Spanje bevindt in Spanje wordt belast en dit percentage in sommige gevallen kan oplopen tot boven de 80% ?

In Spanje is het overigens voordelig om pensioen en lijfrentes uit te laten keren, waarbij bovendien een aantal arresten van 19 juni een andere kijk op de zaak werpen.

 

Graag verwijzen wij u in dit kader naar de activiteiten van www.DoorakkersFEM.com. DoorakkersFEM geeft pensioen-, fiscaal- en financieel advies voor oudedagsplanning, estate planning en financiële planning naar, in en uit Spanje.

 

Tot slot wijzen wij u op onderstaande uitspraak van  het Hof van Justitie EG en een viertal  arresten die onlangs door de Hoge Raad over deze onderwerpen zijn gewezen. 

 

 

 

 

 

Dubbele heffing van successierecht binnen EG toegestaan 27 maart 2009

 

De nalatenschap van een Duitse erflater bevatte een Spaanse bankrekening. Zowel Duitsland als Spanje legde een aanslag successierecht op. Dit leidde dus tot dubbele heffing van successierecht. De enige erfgenaam ging hiertegen in beroep. Uiteindelijk werd aan het Hof van Justitie van de EG voorgelegd of de dubbele heffing van successierecht het vrije verkeer van kapitaal binnen de Europese Gemeenschap belemmert. Het Hof van Justitie besliste dat deze dubbele heffing van successierecht niet in strijd is met EG-recht.

 

Volledig bericht

Het Hof van Justitie EG oordeelde begin februari 2009 dat een dubbele heffing van successierechten niet in strijd is met het EG-recht. Wat was de situatie?

Een Duitse mevrouw overleed in Duitsland en haar nalatenschap bestond voornamelijk uit belegd kapitaal. Haar erfgename woonde ook in Duitsland. Het kapitaal was gedeeltelijk belegd in Duitsland en gedeeltelijk in Spanje. Omdat de erflaatster in Duitsland woonde ten tijde van haar overlijden, belastte Duitsland haar gehele vermogen met successierecht. Spanje hief successierecht over het in Spanje belegde kapitaal, omdat Spanje een Spaanse bankrekening kwalificeert als een situsgoed. Als er geld van een niet-Spaanse ingezetene op een Spaanse bankrekening staat, heft Spanje recht van overgang. Over een gedeelte van het belegde kapitaal van de erflaatster werd dus zowel door Duitsland als Spanje geheven.

Duitsland gaf geen voorkoming voor het Spaanse recht van overgang. Na een klacht van de erfgename is wel besloten dat de verschuldigde Spaanse successierechten als schuld in mindering mocht worden gebracht op de nalatenschap. De dubbele heffing werd daarmee echter niet helemaal voorkomen. De erfgename was hiertegen alsnog in beroep gegaan en vervolgens is aan het Hof van Justitie EG de vraag gesteld of de dubbele heffing van successierecht het vrije verkeer van kapitaal binnen de Europese Gemeenschap belemmert. Immers deze dubbele heffing zou ertoe kunnen leiden dat personen hun kapitaal niet over de grens gaan beleggen, maar slechts in eigen land houden.

Het Hof van Justitie oordeelde dat de lidstaten op dit moment zelf hun belastingstelsel mogen bepalen en dat zij niet verplicht zijn hun belastingstelsel aan te passen aan die van andere lidstaten om bijvoorbeeld dubbele heffing te voorkomen. De verrekening die Duitsland had toegepast, vormde geen belemmering van het vrije verkeer van kapitaal binnen de EG en was dan ook toegestaan.

Wat is nu het belang van deze uitspraak voor de Nederlandse regels voor de voorkoming van dubbele belasting? Nederland heeft weinig successierechtverdragen afgesloten met andere landen (ook niet met Spanje). Mocht dus in twee verschillende landen een deel van de nalatenschap worden belast, dan kan dubbele heffing ontstaan indien vermogen in het ene land als situsgoed wordt beschouwd maar in het andere land niet. Woont de erflater in Nederland, dan kent Nederland wel enkele nationale regelingen om de dubbele heffing zo veel mogelijk te vermijden.

  1. Dubbele heffing die het gevolg is van de woonplaatsfictie wordt voorkomen door een verrekening van de buitenlandse successierechten met de in Nederland verschuldigde successierechten.
  2. Dubbele heffing die ontstaat doordat de erflater in Nederland woont en buitenlandse situsgoederen (ondernemingsvermogen en onroerende zaken) verkrijgt, wordt eveneens voorkomen door een verrekening van de buitenlandse successierechten met de in Nederland verschuldigde successierechten. 
  3. Wordt in het buitenland successierecht geheven dat niet verrekenbaar is op grond van de twee bovenstaande mogelijkheden, dan komt de in het buitenland verschuldigde successierecht als schuld in mindering op de nalatenschap.


Deze laatste regeling is vergelijkbaar met de Duitse verrekening van Spaanse successierechten. In Nederland kan dus ook een dubbele heffing optreden bij het aanhouden van een Spaanse bankrekening! Op grond van de hiervoor genoemde uitspraak is deze dubbele heffing niet in strijd met het Europese recht.

 

Bron: Hof van Justitie EG, 12-2-2009, nr. C-67/08.

 

Hoge Raad stelt grenzen aan Nederlands heffingsrecht over pensioenaanspraken bij emigratie

22 juni 2009

 

Op 19 juni jl. heeft de Hoge Raad vier arresten gewezen waarin de Hoge Raad Nederland wegens schending van de goede verdragstrouw niet heeft toegestaan om te heffen over pensioen- en lijfrenteaanspraken. Drie arresten betroffen een ‘exitheffing’ over pensioenaanspraken onder de verdragen met Korea, Filippijnen en Frankrijk. De vierde zaak betrof de afkoop als buitenlands belastingplichtige van in Nederland met premieaftrek opgebouwde lijfrenteaanspraken door een Belgische ingezetene. In een afzonderlijk nieuwsbericht komen we op het arrest over de lijfrenteaanspraken terug.

 

Volledig bericht

Op 19 juni jl. heeft de Hoge Raad vier arresten gewezen waarin de Hoge Raad Nederland wegens schending van de goede verdragstrouw niet heeft toegestaan om te heffen over pensioen- en lijfrenteaanspraken. Drie arresten betroffen een ‘exitheffing’ over pensioenaanspraken onder de verdragen met Korea, Filippijnen en Frankrijk. De vierde zaak betrof de afkoop als buitenlands belastingplichtige van in Nederland met premieaftrek opgebouwde lijfrenteaanspraken door een Belgische ingezetene. We gaan in dit nieuwsbericht alleen in op de drie arresten over de pensioenaanspraken en komen in een afzonderlijk bericht terug op het arrest over de lijfrenteaanspraken.
 
In alle drie gevallen was voor het jaar 2001 wegens emigratie naar respectievelijk Korea, Filippijnen en Frankrijk een conserverende aanslag opgelegd waarbij een belastbaar feit werd aangenomen op het onmiddellijk aan de emigratie voorafgaande tijdstip. In deze drie gevallen was in het relevante belastingverdrag de heffingsbevoegdheid over pensioen en andere soortgelijke beloningen (waaronder afkoopsommen vallen) toegewezen aan de woonstaat.
De Hoge Raad herhaalt een kernoverweging uit zijn drie arresten van 20 februari 2009 over de exitheffing in aanmerkelijkbelangsituaties: “Een heffing die aangrijpt bij emigratie kan evenwel in strijd komen met de goede trouw die in acht moet worden genomen bij de uitlegging en toepassing van het belastingverdrag tussen de betrokken staten, als daarmee een voordeel wordt belast dat naar zijn werkelijke aard bezien – al dan niet potentieel - ter heffing is toegewezen aan de immigratiestaat.”
 
De Hoge Raad erkent dat op de toekenning van een pensioenaanspraak het verdragsartikel over onzelfstandige arbeid van de desbetreffende verdragen van toepassing is. Nederland maakt echter geen gebruik van dit heffingsrecht. Het stelt immers deze bate onvoorwaardelijk vrij van belasting wanneer sprake is van een pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting. Inkomsten die naderhand voortvloeien uit de toegekende pensioenaanspraak, worden uitsluitend bestreken door het pensioenartikel van het verdrag, aldus de Hoge Raad.
 
De fictie uit een specifieke wetsbepaling van de Wet inkomstenbelasting 2001 kan de bij toekenning vrijgestelde aanspraak niet alsnog onder de werkingssfeer van het pensioenartikel weghalen, omdat de fictie niet de destijds vrijgestelde aanspraak alsnog belast maar de waarde in het economische verkeer van de opgebouwde aanspraken.
 
Een tweede kernoverweging van de Hoge Raad is vervolgens, kort samengevat, dat zonder de fictie alle inkomsten uit de pensioenaanspraken (zowel de normaal uitgekeerde pensioentermijnen als de afkoopsom) uitsluitend belastbaar zouden zijn in de woonstaat. Onder die omstandigheden komt een fictie, op grond waarvan de waarde van de opgebouwde pensioenrechten als loon in de Nederlandse heffing wordt betrokken op een ondeelbaar moment voorafgaand aan de emigratie, in strijd met de goede verdragstrouw. Het feit dat de betrokken personen uit de fiscale procedures op het moment waarop de Wet inkomstenbelasting 2001 het belastbare feit fingeerde, nog in Nederland woonden, doet aan deze conclusie niet af.
 
Op dezelfde dag als de hier besproken arresten zijn gepubliceerd, heeft staatssecretaris De Jager van Financiën per brief aan de Tweede Kamer aangekondigd dat hij nog voor het zomerreces dat start op 3 juli a.s. een wetsvoorstel zal indienen. Het wetsvoorstel moet voorkomen dat afkoop of andere verboden handelingen met in Nederland gefaciliteerd opgebouwde pensioen- en lijfrenteaanspraken kunnen plaatsvinden zonder dat Nederland het verleende belastinguitstel kan terugnemen. Het wetsvoorstel moet terugwerkende kracht krijgen tot 19 juni 2009.
 
Opmerking
Duidelijk is dat het wetsvoorstel vanaf 19 juni 2009 moet veiligstellen dat conserverende aanslagen kunnen worden opgelegd bij emigratie naar landen waarmee Nederland verdragen heeft gesloten die Nederland geen enkel heffingsrecht geven over al dan niet periodieke pensioen- en lijfrente-uitkeringen. Uit de arresten kan worden afgeleid dat geen sprake is van schending van goede verdragstrouw (treaty override) als Nederland de conserverende aanslag beperkt tot de destijds vrijgestelde pensioenaanspraken resp. tot de in aftrek gebrachte lijfrentepremies. De nieuwe wetgeving zou dus de heffingsrechten van Nederland bij emigratie moeten inperken. Minder duidelijk is of ook met nieuwe wetgeving zal worden geprobeerd bestaande situaties van reeds opgelegde en nog niet onherroepelijk vaststaande conserverende aanslagen onder dergelijke verdragen te treffen om zo te voorkomen dat op grote schaal wordt overgegaan tot afkoop binnen de tienjaarstermijn.
 
Bron: Hoge Raad, 19-6-2009, nrs. 43978, 07/13267 en 08/02288; Ministerie van Financiën, 19-6-2009, nr. DB/2009/329 M.